Bij het lijmen van een reparatie ontsnapt er bijna altijd wat overtollige lijm langs de randen van de verbinding. Wordt dit teveel niet meteen verwijderd, dan hardt het samen met de rest uit en blijft het als een zichtbare, harde rand achter. Deze rand is achteraf veel moeilijker weg te krijgen dan wanneer je de lijm meteen na het aanbrengen verwijdert. Een paar seconden extra aandacht op het juiste moment maakt hier het grote verschil.
Houd tijdens het lijmen een vochtige doek of een stukje keukenpapier binnen handbereik, zodat je meteen kunt reageren zodra er lijm naar buiten komt. Veeg voorzichtig in één beweging, in plaats van te wrijven, om te voorkomen dat de lijm zich juist verder over het oppervlak verspreidt. Werk rustig, want te veel druk kan de nog niet uitgeharde verbinding zelf verstoren.
Verschillende lijmsoorten vragen om een andere aanpak
Sommige soorten lijm laten zich prima met water verwijderen zolang ze nog vers zijn, terwijl andere juist om een oplosmiddel of een droge doek vragen. Controleer daarom vooraf welke methode geschikt is voor de gebruikte lijmsoort, zodat je niet per ongeluk het materiaal zelf beschadigt. Een korte blik op de verpakking geeft meestal al voldoende houvast.
Is er toch een klein randje lijm blijven zitten dat inmiddels is uitgehard, dan kan dit voorzichtig worden weggeschraapt of licht worden opgeschuurd, afhankelijk van het materiaal eronder. Werk hierbij langzaam en gecontroleerd, zodat het oorspronkelijke oppervlak niet beschadigd raakt. Test een nieuwe methode altijd eerst op een onopvallende plek.
Met deze gewoonte blijft elke reparatie er netjes uitzien, zonder zichtbare lijmresten rond de naad. Het kost nauwelijks extra tijd, maar maakt het verschil tussen een onopvallende reparatie en een die meteen in het oog springt. Na een paar keer oefenen wordt dit een vanzelfsprekend onderdeel van elke lijmklus.